www.motief.org

Vorming op het snijpunt van levensbeschouwing en samenleving

Over Motief

Vorming

Projecten

Publicaties

Solidariteitsfonds

Deelnemers vertellen

Abonneer je op onze digitale nieuwsbrief

...

Over beeldvorming en samenleven in diversiteit

Interview met Hatice Baloglu, deelnemer (niet-)Moslims zoals we ze (niet) kennen.

Hatice werkt als leerkracht islamitische godsdienst in twee katholieke basisscholen in Beringen. De vorming (niet-)Moslims zoals we ze (niet) kennen wordt op aanvraag georganiseerd. In samenwerking met Vormingplus organiseerde vzw Motief in het najaar van 2017 een driedelige reeks. De dag van vandaag bestaat er in de media en in het maatschappelijk discours een erg negatief beeld over de islam en moslims. Vzw Motief ontwikkelde een gespreksmethodiek om deze beeldvorming te doorbreken.

Met welke verwachtingen heb je je ingeschreven voor deze vorming? Wat was je motivatie om deel te nemen aan deze vorming?
Na de gebeurtenissen van de afgelopen jaren zoals bijvoorbeeld de recente aanslagen was ik erg benieuwd naar wat er zich afspeelde in de hoofden van niet-moslims. Ik had het gevoel dat een dialoog niet meer mogelijk was. De vorming die vzw Motief in samenwerking met Vormingplus aanbood, beschouwde ik als een kans om alsnog die dialoog proberen aan te gaan.

Het gevoel dat een dialoog niet meer mogelijk was, ervaarde ik na het lezen van de honderden negatieve reacties onder nieuwsartikelen op sociale media. Maar ook in mijn dagelijks leven, merkte ik dat niet moslims veel onbeantwoorde vragen hadden. Vaak durfden ze deze vragen niet te stellen aan moslims uit hun directe omgeving. Ook op school bij collega’s merkte ik dat er uitspraken gedaan werden over radicalisering bij vaak erg jonge kinderen. Jonge kinderen die geen snoep zouden willen eten omwille van de aanwezigheid van gelatine bijvoorbeeld. Dat kan voor sommige leerkrachten al een teken van radicalisering zijn. Hier had ik het wel moeilijk mee. De eerste generatie migranten had vaak een gebrekkige kennis van de Nederlandse taal waardoor ze niet bezig was met de ingrediëntenlijst van pakweg een zakje snoep. Ouders van nu zijn daar veel bewuster mee bezig omdat ze nu gewoonweg meer informatie hebben. Dat is voor mij geen teken van radicalisering, maar toch blijkt dat veel leerkrachten niet goed weten hoe hier mee om te gaan.


Tijdens de vorming (niet-)Moslims zoals we ze (niet) kennen wordt een ‘veilige’ omgeving gecreëerd voor alle deelnemers, vandaar dat gestart wordt met twee gescheiden sessies voor moslims en niet-moslims waarbij er veel ruimte is voor frustraties, emoties, vragen en verhalen van de deelnemers. Hoe heb je dit ervaren?
Ik heb die veilige omgeving als zeer positief ervaren. Indien we vanaf de eerste sessie in een gemengde groep zouden zitten, had misschien niet iedereen zomaar alles durven zeggen. De veiligheid die nu geboden werd, maakt dat je de dingen kan uiten zoals je ze voelt, zonder er verder over na te denken of extra op je woorden te letten. Dat vind ik belangrijk. Op deze manier komt er veel meer aan bod dan wanneer we direct een gesprek zouden aanknopen in een gemengde groep.

Denk je dat deze ‘veilige’ omgeving bijvoorbeeld in het werken met jongeren ook nuttig kan zijn?
Ik ben ervan overtuigd dat jongeren zeker nood hebben aan een vertrouwenspersoon en dat een veilige omgeving daarbij belangrijk is. Vaak is een vertrouwenspersoon voor jongeren iemand die hun leefwereld begrijpt en iemand die vertrekt vanuit hetzelfde referentiekader. Dit ervaar ik zelf in de gesprekken die ik voer met jongeren uit een aantal scholen in Beringen.
De directies van een aantal scholen uit Beringen en omgeving hebben mijzelf en nog een aantal andere mensen gecontacteerd om met jongeren in de scholen te komen praten. De scholen werden geconfronteerd met bepaalde signalen waarvan ze niet goed wisten hoe er mee om te gaan. De directies voelden aan dat de jongeren behoefte hadden aan een vertrouwenspersoon. Ook de jongeren gaven aan dat ze met bepaalde zaken niet bij hun leerkrachten terecht konden, vooral omwille van het gebrek aan voeling met hun leefwereld.


Over welke signalen hadden de directies het dan?
Veel jongeren stelden zich zeer defensief op bij het kleinste voorval of bestempelden leerkrachten snel als racist. De directies wilden op zoek gaan naar de frustraties die er leefden bij de jongeren en de oorzaken daarvan.

Zou de negatieve beeldvorming die er bestaat van moslims en de islam hierbij een rol spelen? Merk je dat jongeren daar mee worstelen?
Absoluut. Door de negatieve beeldvorming die er bestaat, gaan jongeren er vaak van uit dat hun leerkrachten deze beeldvorming delen. Ze spreken dit ook op deze manier uit. Jongeren gaan bij het kleinste voorval hun leerkracht als racist bestempelen en krijgen het gevoel dat ze sneller gestraft worden louter omwille van hun afkomst of religie. Vooral puberjongens lijden hieronder en dat maakt hen erg kwetsbaar.
Door die negatieve beeldvorming zoeken jongeren vaak hun eigen groep op waardoor ze zich sterker voelen. Vaak leidt dit tot onbeleefd of stoer gedrag. Jongeren voelen zich aangesproken als hun religie of afkomst negatief in beeld gebracht wordt in de media, maar ook vooral op sociale media. Jongeren lezen de artikels en de bijhorende negatieve commentaren. Helaas kunnen zij omwille van hun jonge leeftijd deze reacties niet altijd relativeren. De negatieve beeldvorming lijkt voor de jongeren dan gedeeld te worden door het gros van de samenleving.


Als jongere je identiteit op een positieve manier ontwikkelen, lijkt niet evident in een tijdperk waarbij een deel van die identiteit als problematisch beschouwd wordt. Heb je een idee hoe je als leerkracht of hulpverlener hier mee om kan gaan?
Het is belangrijk om in eerste instantie te luisteren naar de jongeren. Je moet hen aanmoedigen zichzelf te blijven ondanks het negatief beeld dat er vaak over hen in de media wordt gebracht. Het gevaar is reëel dat jongeren zich gaan gedragen naar dat beeld, zeker als ze het gevoel krijgen dat hen onrecht wordt aangedaan. Als leerkracht of hulpverlener moet je hen dan stimuleren toch het goede te blijven doen.
Daarnaast ben ik overtuigd van het belang van rolmodellen voor de jongeren. Het is erg problematisch dat er zeer weinig leerkrachten met een migratieachtergrond zijn, maar dat geldt bijvoorbeeld ook voor de stadsdiensten in Beringen. Als er meer leerkrachten met een migratieachtergrond voor de klas zouden staan, zullen jongeren het gevoel krijgen aanvaard te worden door de samenleving.

Heeft deze vorming iets teweeg gebracht in Beringen?
Absoluut. Ik heb het gevoel dat we een eerste stap hebben gezet om de dialoog terug aan te gaan. Nu bekijken we samen met de Dienst Samenleven van de stad Beringen en Vormingplus hoe we moslims en niet-moslims in Beringen beter en meer kunnen laten samenwerken.
Tijdens de vorming bespraken we vooral het verleden. Nu moeten we vooruit, zeker voor de jongeren.

banner-engagement-diversiteit

    banner-schitteren